Ik sta in de Systembolaget —de Zweedse staatsslijterij— want ik wil een klein flesje Baileys. Het is zes dagen voor kerstmis, dus het is druk. Er is namelijk maar één ‘System’ binnen een omtrek van zo’n dertig kilometer.
Er is welgeteld één kassa bezet van de acht. De rij slingert om drie wijneilanden heen: rood, wit en rosé en loopt dan bijna het gebouw weer uit.
Het geeft me ruim de tijd om te genieten van de kerstuitmonstering van de caissière: een beschaafde, verzorgde blondine van halverwege de vijftig, strak in het System-uniform van lichtgroene blouse met een strakgesneden gilet in krijtstreep en met haar haar weggestoken in een gedistingeerde Grace-Kellyrol.
Ze draagt daarbij een hysterisch rood glitterende Dame-Ednabril met op ieder glas een kerstmutsje van rood satijn en wit teddybont.
De mutsjes bungelen nét iets te ver over de glazen heen. Af en toe wist ze de mutsjes omhoog —waarop die prompt weer naar beneden vallen— en af en toe schudt ze haar hoofd: eerst naar links, waarna het ene mutsje goed zit maar het andere over haar oog valt en dan naar rechts, met omgekeerd resultaat.
*zjwiep*
*zjwoep*
Ondanks dat de meeste mandjes goed vol zitten, schiet het best aardig op. De mevrouw voor me kijkt om en ziet mijn eenzame flesje Baileys. “Wilt u vóór?”
“Ach nee, het gaat best snel, dank u.”
Ik schuifel weer een plekje door en sta me stilletjes te bescheuren om de caissière. Ze blijft zo kalm als een gedrogeerde lama onder de brilterreur en bliept efficiënt het ene na het andere mandje leeg.
*zjwiep*
*zjwoep*
Ik moet terugdenken aan de caissières in de supermarkt in Victoria, die op Eerste Paasdag allemaal een haarband met roze pluchen paashaasoren droegen. Ik had toen het lef niet om er een foto van te maken. Ik besluit het dit keer wél te doen. Ik besluit ook om het netjes te vragen, dat lijkt me een goed Zweeds gebruik.
*zjwiep*
*zjwoep*
Goddank geen kerstliedjes op de achtergrond. Niet op een merkbaar volume, in elk geval. Ik vraag me af of er nou niet meer mensen inwendig de slappe lach aan het krijgen zijn om die maffe bril.
*zjwiep*
*zjwoep*
Nee meid, dat helpt niet. Maar die Grace-Kellyrol blijft bewonderenswaardig strak zitten, ondanks de gelaten, periodieke rukjes naar links en naar rechts en de omhoog wapperende hand. Ongelooflijk.
*zjwiep*
*zjwoep*
Het is mijn beurt.
“Mag ik misschien een foto van uw bril maken? U ziet er zó leuk uit!”
Even kijkt ze verbaasd op uit haar bliep-bliep trance. Grote ogen; zo te zien heeft die bril nog geslepen glazen ook. De meneer achter me gnuift hoorbaar.
“Binnen de Systembolaget mogen er geen foto’s gemaakt worden.”
Oh. Typisch. Maar ik wil geen foto maken van het interieur, of van de klanten, maar van háár, dus ik probeer nog even heel voorzichtig:
“Dat is een ‘nee’?”
Ze glimlacht schalks en schudt haar hoofd. De mutsjes schudden vrolijk mee.
*zjwiep*
*zjwoep*
*bliep*



Jammer van de foto maar wel leuk voor de verbeelding. Ik zie haar helemaal voor me. Wat zal die blij zijn als ze naar huis mag 😅